fp(p) – sorry we’re closed

fp(p) – future proof proposals – blijft gesloten zolang de huidige opmars van de infecties niet is gestopt. in tussentijd delen we de deelnemende kunstenaars en het geselecteerde werk. met een update om de zoveel dagen.

Joachim Mares, Coronahanden, 2020

6 handen aan 6 prothetische armen. elke arm telkens 75cm lang – waardoor de lichamen 1,5m bij elkaar vandaan blijven en afstand houden. het is tegelijk de mogelijkheid en de onmogelijkheid van een contact; de actualiteit van de berekende nabijheid. toch houdt zich in de zichtbaar manueel vervaardigde objecten een zekere intimiteit op: van fysieke concentratie en liefde.

Lize Blauw, Cave of Glass MFX 3.01

Lize Blauw leeft en werkt in overeenstemming met een visie die wordt bepaald door motieven als ‘DIY’, ‘hergebruik en ecologisch bewustzijn’, ‘vrijheid en zelforganisatie’ en de democratisering van informatie, inclusief het ‘hacken’ van wat daar tegenin gaat.

Dit werk dat autonoom functioneert maar in optimale conditie door de kunstenaar wordt geactiveerd toont dan ook een universum dat ze doorheen jaren liet evolueren en transformeren; een persoonlijke habitat die de eigenzinnige opvattingen zichtbaar maakt, tastbaar en concreet. 

Met wat vandaag gebeurt wint de installatie sowieso aan urgentie en dwingt tot nadenken over een nieuwe omgang met wat ons omringt. Tegelijk krijgt ze tegen wil en dank een nieuwe betekenislaag toebedeeld. Met een kunstenaar die, vanuit de afzondering, haar beelden met een publiek deelt, zonder directe confrontatie tussen maker en kijker, hoe nabij en beschikbaar ze ook zijn.

Paul L. Van Haegenbergh, (zonder titel) Stilleven met elementen uit “de Beelddrager” en een dummie voor Paul L. Van Haegenbergh (, presque à un signe.)”

Paul L. Vanhaegenbergh toont een verwijzing naar de Beelddrager, een sculptuur die door dialogen wordt gevoed en veranderd en de ontmoeting tussen kunstenaar en publiek bevraagt. 

“Meer nog dan een sculptuur vat ik “de Beelddrager” op als een personificatie van de tijdelijke en immer vrijblijvende orde die mijn verbeeldingskracht in de willekeur kan aanbrengen. Deze wankele wereld waarmee ik de werkelijkheid beschrijf aan de hand van wat ik waardevol vind, vormt de inzet van een artistieke praktijk waarin het bestaan gerechtvaardigd wordt door de tactiele en contemplatieve betrokkenheid op (het maken van) beelden.

Daarom is “de Beelddrager” een robuust net zo goed als tijdelijk object dat moet worden afgebroken om de kwetsbaarheid van een intiem, artistiek weefsel bloot te leggen. Dit weefsel is, net als “de Beelddrager”, voortdurend in constructie: het onderlinge verband tussen de opgestapelde beelddragers ligt immers nooit vast, maar is het product van een gesprek; het product van een aanleiding om de stapel te openen en de verschillende elementen aan onze verbeeldingskracht uit te leveren; ‘hineininterpretierung’ net zo goed als onderzoek.”

Vincent Knopper, egger w980, axilo 78, 2020

Vincent Knopper kwam via de zijdeur binnen. Letterlijk zelfs. Hij stelde in zijn reactie op de call een transactie voorop die in wezen los zou staan van zijn eigenlijke artistieke praktijk; een technische ondersteuning die hem, in return, financieel zou ondersteunen: een dienst.

De sculptuur die hij als een verstekeling tussen de werkmaterialen in zijn auto uit Amsterdam meegebracht had, werd zo een infiltrant in de tentoonstelling. Een gewaardeerde indringer die bovenal een verwachtingspatroon zichtbaar maakt, evengoed een discours; over wat een kunstenaar is en kan doen, wat zijn positie is in de (kunst)wereld. Over de geloofwaardigheid en de urgentie van zijn arbeid. Een delicate aangelegenheid die in tijden waarin oprechte creativiteit zelden lucratief is in de eerste plaats een schizofrenie aantoont; een bedenkelijke dubbelzinnigheid waarmee het artistieke product maatschappelijk wordt benaderd, te vaak ondergeschikt aan wat zich zoveel makkelijker laat consumeren.

Sam De Buysere, two and two make five, 2020

(After Yuval Noah Harari’s, “This storm will pass…”)

“A crisis,

Which condition will our world engage in when this storm passes? A world in which the human condition is increasingly delineated? A different world where our position as individuals in a confusing and unsettling environment will result in a postmodern dialogue with our social-political situation. A dialogue focusing on two main points: mainly totalitarian surveillance or citizen empowerment and nationalist isolation or global solidarity. In short, a battle between privacy and health could emerge. 

Our precious feeling of freedom might unriddle when these political figures choose a direct route for authoritarianism and continue to manipulate our feelings of being lost in a strange but beautiful world. This idea of “two plus two equals five (2+2=5)” appears more often in fast forward historical processes. These traditional dystopian patterns stay as relevant in postmodern times when we try to define their meaning in our ongoing history.

Look at the post-apocalyptic monument Andrei Tarkovsky created with his science fiction movie Stalker (1979). Similar to the trauma after capitalism’s triumph over Soviet-Union’s communism surrounding the events in Chernobyl, Pripyat. We see the hinterlands of civilization through romantic landscapes. 

People wander trying to escape surveillance and control. A built environment shows a mythical atmosphere through the roughness and the noise, some sort of visual texture. Our environmental intelligence raises questions about simulations and the point of our evolving history in which we find ourselves currently.”

Leen Vandierendonck, Being Organized At The Plotting Table, 2020

alludeert tegelijk op de historische setting waarin strategen veldslagen beraamden als op de hedendaagse aanblik van een vergadervertrek. Wat in beide gevallen primeert is de idee van een externe macht of een systeem die de bewegingen afbakent en vastlegt, evengoed (en misschien zelfs vooral) van degenen die zelf niet aanwezig zijn, er niets in te zeggen hebben.

7.1 – 7.1 – 7.1 – …. 

Een numerieke code die zich tussen de papieren lichamen aanbiedt, herhaald wordt, dwingend wordt. 

7.1. 

Getallen die de werkelijkheid organiseren volgens dwingende standaarden, zowel leidraad als keurslijf. Alles strak in het gelid, gefixeerd en gestructureerd. Hoe alarmerend is de – in wezen arbitraire – regelmaat waarmee we onze levens (laten) beheersen? Hoeveel marge is er voor een afwijking of een ontsporing, voor de persoonlijkheden die ons tot een ‘ik’ maken?

Corry Vandermassen, Mont OA.7D / Temps de Grâce, 2020

Corry Vandermassen materialiseert een wereldbeeld dat deels losstaat van de rationele taal waarmee we toestanden en gebeurtenissen doorgaans inschatten; en naar een spirituele dimensie verwijst. Haar zwevende narratieve sculptuur – tegelijk vleselijk en efemeer, zwaar en draaglijk – toont dan ook in de eerste plaats een mogelijk perspectief om de omstandigheden (zowel dat wat al was als wat is en wat nog komt) te benaderen, om er ons mee te verzoenen doorheen een andere vorm van kennen en te-weten-komen. De schaduwzijde, hoewel massief, vindt er tegelijk hoop en licht, de dreiging is niet zonder een uitweg.

Marijs Kempynck,

#3 WE ACT. WE REACT. WE GLOW. WE BURN. WE PERSIST. WE MAINTAIN. WE THE BURST ERA, 2020

Marijs Kempynck tackelt de evidenties van het maatschappelijke debat. De verwachting dat we, continu en in formatie, ieder woord binnentrappen, welgemikt en dus doeltreffend. De onoverkomelijke chaos die het nochtans is, de falende woordenstroom als een veld van lekgeslagen en verdwaalde ballen, van misplaatste meningen en achterhaalde overtuigingen, soms ook die woorden die net niet werden gehoord, aan de aandacht ontsnapten. Het werk onderstreept de illusie van het woord dat noodzakelijk en kordaat zijn bestemming zou bereiken, altijd gericht en to the point; dat wat in stand wordt gehouden een ongecontroleerde compositie van flarden is, van verloren gelopen woorden die doelloos blijven liggen, die langzaam leeglopen en overwoekerd worden. Wat hen rest zijn dovemansoren. 

Jan Vandeplancke, Klachtencollectebus, 2020

Jan Vandeplancke bevraagt het instituut aan de hand van een van haar symptomen; het luisterende oor dat bovenal doof blijft, dat de klachten laat opstapelen, onzeker wat het ermee moet. De uitnodiging om te klagen en die klacht te formuleren, zelfs te deponeren wordt zo tegelijk een toonbeeld van goodwill – de bereidheid om het protest toe te staan, de commentaren op wat zich voordoet – als een teken van onmacht – zowel de onwil als de onkunde om die kritiek ook daadwerkelijk tot een gevolg te kneden, wie weet een oplossing. 

Maar Jan zegt dat het niet enkel daarover gaat. Evengoed is het de geestige poëzie van de enveloppe die een dartel traject aflegt. Zoals dat in strips wordt verbeeld, met een ‘loopje’ halverwege.

Auteur: platvvorm

platvvorm is een kunstenaarsinitiatief in Deinze met ruimte voor tentoonstellingen, residenties, workshops, labo's en lezingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s